Italianen zijn doorgaans geen hele rustige, stille en bescheiden mensen. Ze praten hard en met veel passie, ze rijden brutaal (of zoals een van onze gasten dat zei ‘like maniacs’) en houden van flaneren en gezien worden.

Dit alles heeft een voordeel dat ik als zeer aangenaam ervaar: je beltoon mag op maximaal. En met maximaal bedoel ik: iedereen mag horen dat jij gebeld wordt, zelfs op 100 meter afstand. In Nederland had ik op mijn werk mijn telefoon niet eens op trillen staan, dat vond ik al ongemakkelijk. Evenals in openbare ruimtes of op straat.

Maar in Italië kun je met een gerust hart je favoriete deuntje laten afgaan, zelfs als je in een klein winkeltje fruit aan het kopen bent of een drankje doet met vrienden. Italianen houden wel van telefoneren en willen liever geen belletje missen (alleen die van mama misschien, die om de twee uur belt om te vragen wat je aan het doen bent).

Na die luide beltoon volgt een harde ‘pronto!’, wat betekent ‘zeg het maar, kom maar op’. Soms een ongemakkelijk begin van het gesprek trouwens:

  • Pronto!
  • Si, ciao. Met wie spreek ik?
  • Met Carlijn. En jij bent?
  • Giovanna, uit Lecce
  • Ah, oke. Hoe kan ik je helpen?

Jeetje… dat ze gewoon opnemen met hun naam… Maar misschien is dat saai en duurt het telefoongesprek op die manier niet lang genoeg. Bellen is nu eenmaal fijn en gezellig.

Op zoek naar een leuke beltoon dus!